Verenigingsfokreglement  (VFR)

1. ALGEMEEN


1.1. Dit reglement voor de vereniging de Belgische Weimaranerclub, hierna te noemen de vereniging beoogt bij te dragen tot de behartiging van de belangen van het ras de (Weimaraner korthaar en langhaar) zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging. Het is een aanvulling op de fokregelgeving van het FCI en de KKUSH. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) is goedgekeurd door de beheerraad op de vergadering van 27/02/2022. Inhoudelijke aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden door stemming op beheerraadvergadering van de vereniging.

 

1.2. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) geldt voor alle Weimaranernesten gefokt in België, waarvan de fokker lid is van de rasvereniging. Enkel nesten van leden kunnen een verenigingscertificaat toegekend krijgen.

 

1.3. Het bestuur van de vereniging verplicht zich, de door de Algemene Vergadering van de Vereniging KKUSH op Kynologisch gebied in België vastgestelde wijzigingen van het Kynologisch Reglement (KR), die betrekking hebben op dit Verenigingsfokreglement, terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene ledenvergadering van de vereniging.
Dit ontslaat de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de vereniging hier ingebreke blijft.

 

 

1.4. Voor wat betreft de omschrijving van de in dit VFR genoemde definities gelden de omschrijvingen zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging KKUSH op Kynologisch gebied in België.
 

1.5. Voor wat betreft de externe regelgeving gelden de regels zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de KKUSH op Kynologisch gebied in België.

 

1.6. Inschrijving van een nest in de Belgische stamboekhouding (LOSH) door de Vereniging KMSH in België, vindt plaats conform de regels zoals vastgelegd in het Kynologisch Reglement van KMSH.

 

 

1.7. De fokker en de omstandigheden waaronder wordt gefokt moeten minimaal voldoen aan de criteria opgenomen in de rasstandaard, de regels van FCI, KKUSH, kennelbesluit en de vigerende wetgeving ter zaken.

 

1.8. De fokker en de dekreu-eigenaar dienen, gevraagd en ongevraagd, de bij hen beschikbare en bekende gegevens te verstrekken die van belang zijn voor de fokkerij. Zij verklaren zich akkoord met registratie van deze gegevens en verstrekking daarvan vanuit deze registratie aan belanghebbende derden.

 

1.9. De vereniging behoudt zich het recht om certificaten per nest uit te schrijven op een schaal van 1 tot 4. Om in aanmerking te komen voor een certificaat dient de gemaakte fokcombinatie te voldoen aan alle regels en vereisten van het toegekende fokcertificaat.

 

 

2. FOKREGELS


Artikel VIII.2 KR in samenhang met regels van de vereniging.


2.1. Vereiste fokdieren

De fokdieren dienen te zijn voorzien van een chip en een Europees paspoort.

De fokdieren dienen te beschikken over een FCI stamboom, gelijkwaardig aan LOSH-stamboom.

De fokdieren dienen in het bezit te zijn van een ISAG2006 DNA-profiel.

RISH en ALSH- stambomen komen niet in aanmerking voor een verenigingscertificaat 1,2,3 of4.

Indien een teef of reu werd ingezet voor het fokken van pups zonder LOSH-stamboom of gelijkwaardig, komt deze niet meer in aanmerking voor een verenigingscertificaat 1, 2, 3 of 4.

Bij het inzetten van een reu of teef voor het fokken van kruisingen met Weimaraner komt deze niet meer in aanmerking voor een verenigingscertificaat 1,2, 3 of 4.

 

 

2.2. Verwantschap

Voor de fokdieren dient de COI (inteeltfactor) van beide ouderdieren te worden opgegeven, op 10 generaties vanuit de clubdatabase database, COI van pups moet dalen of indien teef lager dan 3, pups COI max zelfde als deze van de teef.

 

Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar zoon of haar kleinzoon.
Naast bovenstaande verwantschappen zijn ook de volgende combinaties niet toegestaan: half broer/ half zus combinatie.

 

Invloed van een fokdier op de gehele populatie.

Voor elke combinatie dient via de mateselecttool van de Vlaamse Overheid, de proef te worden gemaakt waarbij volgende uitkomsten kunnen voorkomen; groen, oranje of rood. Deze zijn mede bepalend voor al dan niet toekenning nestcertificaat. Hierbij is het rode resultaat niet toegelaten en uitsluitend voor toekenning nestcertificaat.

 

 

2.3 Herhaalcombinaties*
Dezelfde oudercombinatie is niet toegestaan.

 

2.4. Minimum leeftijd reu
De leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 24 maanden zijn.

 

2.5. Aantal dekkingen

Een Belgische reu mag gedurende zijn leven maximaal 4 nesten voortbrengen in België, met een maximum van 2 nesten per jaar.

Een buitenlandse reu mag gedurende zijn leven maximaal 2 nesten voortbrengen in België.
De dekking dient in principe een natuurlijk verloop te hebben.
Als geslaagde dekking geldt een dekking waaruit minimaal drie levende pup zijn
voortgekomen.
Ook indien sperma wordt gebruikt voor kunstmatige inseminatie (KI), telt
dit mee als een ‘dekking’.

 

 

2.6. Cryptorchide en monorchide reuen.
Cryptorchide (verborgen teelballen) of monorchide (slechts 1 zichtbare teelbal) reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.

 

2.7. Gebruik buitenlandse dekreuen:
Wanneer een lid van de vereniging voor een dekking een niet in Belgisch
eigendom zijnde reu, welke wel staat ingeschreven in een door de FCI erkende
stamboekhouding, wil gebruiken dan dient deze bij voorkeur te voldoen aan de
gezondheidseisen zoals deze door onze vereniging gesteld worden.
Een buitenlandse reu kan in aanmerking komen voor de dekking van een Belgische
teef, indien deze reu, uitdrukkelijk alleen voor wat betreft de gestelde werkeisen en/of
gedragsdiploma’s, voldoet aan de eisen, zoals gesteld door de FCI erkende instantie,
dan wel rasvereniging, van het land van herkomst. Voor wat betreft de overige
fokeisen dient de buitenlandse reu te voldoen aan de gestelde eisen in dit
fokreglement. Indien de fokeisen in het land van herkomst strenger zijn dan de eisen
in dit fokreglement, dan moet de buitenlandse reu minimaal voldoen aan de in dit
reglement gestelde fokeisen.


2.8. Kunstmatige inseminatie (sperma van levende en/of overleden dekreuen)
Als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een nog in leven zijnde/of overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit Verenigingsfokreglement alsof het een natuurlijke dekking van de dekreu betreft.

2.9 Variëteitskruising*
Een combinatie van ouderdieren met verschillende haarvariëteiten is toegestaan, mits de korthaarvariëteit drager is van het langhaargen.

 

2.10 Multi Sir dekking

In het kader van de genetische diversiteit van het ras wordt een combinatie van ouderdieren met verschillende reuen, met een maximum van 2 toegestaan. Hierbij dient het welzijn  van de teef centraal te staan en haar gezondheid staat voorop. KI ( kunstmatige inseminatie) is hierbij een goed hulpmiddel.

 

 

3. DIERENWELZIJNSREGELS

 

3.1. Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 24 maanden heeft bereikt.

 

3.2. Een teef waaruit nooit eerder pups zijn geboren mag niet worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt.

3.3. Een teef  mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden heeft bereikt. Mits deze in de eerste 72 levensmaanden reeds een nest heeft voortgebracht.

3.4. Een teef mag niet meer dan 3 nesten voortbrengen, waaruit minimaal drie levende pup zijn voortgekomen. (*)

3.5. Tussen de dekking van een opeenvolgende nesten van dezelfde teef dient een termijn van minstens 12 maanden te zitten.

 

Alle reglementeringen opgenomen in het kennelbesluit zijn ten allen tijden van toepassing voor Vlaanderen. Voor Wallonië blijft ……… van toepassing.

 

 

 

4. GEZONDHEIDSREGELS


4.1. Gezondheidsonderzoek (screening) ouderdieren Preventieve screening van
ouderdieren moet, als het gaat om door de KKUSH opgestelde en/of goedgekeurde geprotocolleerde onderzoeken, plaatsvinden door deskundigen die erkend zijn door de KKUSH conform de door de KKUSH voor deze onderzoeken opgestelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.


4.2. Verplicht screeningsonderzoek.
In het kader van de preventie van erfelijke afwijkingen dienen de ouderdieren vóór de dekking onderzocht te worden op (zie ras fiche):


Heupdysplasie.
De uitslag van dit onderzoek dient ten tijde van de dekking bekend te zijn. Dit onderzoek mag uitsluitend geschieden vanaf de dag dat de desbetreffende hond 12 maanden oud is.

 

Ecvo.

Het hoofddoel  van het oogonderzoek, erkend door het  Europees College van  veterinaire oftalmologen of ECVO, is het onderzoeken van de ogen van de dieren en het vaststellen van erfelijke en vermoedelijk erfelijke oogaandoeningen. Het onderzoek omvat een algemeen onderzoek van de ogen en de oogleden. Op die manier kunnen ook niet-erfelijke oogaandoeningen vastgesteld worden.

Op het einde van het onderzoek wordt een “Rapport-oog-onderzoek” (Certificate of Eye  Examination) afgeleverd.

De belangrijkste voordelen van een Europees certificaat zijn:

• Door de  toename van  verkeer van dieren voor tentoonstellingen en voor het fokken, is een universeel certificaat, dat herkenbaar is in de andere landen, een noodzaak.

• De kwaliteit van het onderzoek is gegarandeerd: alleen de  door de ECVO erkende dierenartsen (Eye Scheme Examiners) mogen het ECVO certificaat afleveren. Door het gebruik van het ECVO certificaat stemt de onderzoeker in met het volgen van de richtlijnen die door de HED (Hereditary Eye Disease) Commissie  van het Europese College worden opgesteld. Het betreft een controle op en garantie van de kwaliteit van zowel het oogonderzoek als het respecteren van de regels die opgelegd worden aan de onderzoekers door de ECVO, via de HED commissie.

 

Beide ouderdieren dienen in het bezit te zijn van een officiële ECVO-certificaat van maximaal 1 jaar oud, dit tot en met een leeftijd van 6 jaar.

Interpretatie en evaluatie volgens de richtlijnen van het europese erkend ecvopanel, de zeven leden die officieel erkend zijn door de European College of Veterinary Ophthalmology (ECVO) om deze certificaten uit te geven

De vereniging verkiest het opvolgen van de adviezen en uitsluitingsrichtlijnen van het Europese ECVO te volgen. Bij evaluatie ander geeft de vereniging de voorkeur om niet over te gaan tot uitsluiting mits combinatie met een vrij fokdier.


4.3. Aandoeningen*:
4.3.1. Beide ouderdieren dienen over een goede gezondheid te beschikken, zowel fysiek als mentaal. Met honden die lijden aan erfelijke afwijkingen mag niet worden gefokt.
Als op basis van de gezondheid of het gedrag van nakomelingen moet worden verondersteld dat het ouderdier een (ernstige) ziekte of afwijking heeft of vererft, kan dit ouderdier van de fokkerij worden uitgesloten.
Voor de fokkerij gelden de navolgende regels: t.a.v HD
A. tussen honden met de FCI-beoordeling (min. Leeftijd 12maanden) A, B, mag elke willekeurige oudercombinatie worden gevormd,

Zijnde: A-A ; A-B; B-A;

Maximaal de combinatie met HD-C mits andere partner A heeft: A-C*; C*-A
B. honden met de FCI-beoordeling D en E mogen niet voor de fokkerij worden gebruikt.
C. Waar gebruik wordt gemaakt van in het buitenland geregistreerde reuen, gelden de regels onder A genoemd.

 

4.4. Gezondheidsenquête.

Voor elk fokdier dient een gezondheidsenquête van de vereniging te worden ingegeven, maximaal 1 jaar voorafgaand aan de dekking.

 

4.5. Tandsteekkaart.

De tandsteekkaart wordt opgemaakt door een gediplomeerd vakbekwaam dierenarts en vermeld evaluatie van de beet , evaluatie boven- en onderkaak en de volledigheid of on- of over-volledigheid van het gebit op een leeftijd +20maanden.


4.6. Diskwalificerende fouten

Er mag niet gefokt worden met honden die diskwalificerende fouten hebben zoals
genoemd in de ras standaard. Deze afwijkingen en fouten zijn voor de Belgische Weimaranerclub fok uitsluitend.

 

 

5. GEDRAGSREGELS


5.1. Karaktereisen.

Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen die in de ras standaard zijn beschreven.
Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.


5.2 Verplichte gedragstest.
Voor dit ras is een verplichte gedragstest niet van toepassing.
De Test Sociale / Socialisatietest wordt erkend als gedragstest.


5.2.1. Beide ouderdieren dienen tenminste met goed gevolg een TST, ingericht volgens de voorschriften van, en ingericht door een door de KKUSH erkende vereniging met succes te hebben volbracht.

Of een van de proeven genoemd bij art. 6.2.

 

 

5.3. Fokopvolging

De fokker dient de verschillende stappen m.b.t. fokopvolging naar eer en geweten in te vullen gedurende het volledige fokproces.

De online formulieren dienen tijdig, volledig en naar eer en geweten te worden opgemaakt.

Volgende formulieren dienen te worden ingegeven volgens de link op de verenigingswebsite:

-Dek aankondiging

-Dek melding

-Bevestiging dracht

6. WERKGESCHIKTHEID


6.1. Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheidstest niet van toepassing, doch wenselijk.


6.2. Beide ouderdieren dienen bij voorkeur met goed gevolg 2 verschillende van de
navolgende werk- en/of aanlegproeven met succes hebben doorstaan, deelname Belgische (aanleg-) proeven mits voorleggen TST:

A.   en basisbrevet België of africhtingbrevet België

B.   een VJP, HZP, VGP of VswP,

C.   een KNJV-C, B, of A diploma,
D.   het certificaat appèl- en apportproef van de Belgische en Nederlandse rasvereniging,
E.    een door de rasvereniging georganiseerde aanlegproef veldwerk (TAN)

F.    een veldwerkkwalificatie CQN, Eervolle vermelding (E.V.) of hoger op een Jeugd, amateur of open klasse veldwedstrijd.
G.   een door de rasvereniging erkende zweet-sleepproef/zweetspoorwedstrijd.
H.   een andere door de KKUSH en/of FCI en/of door de rasvereniging erkende jachthondenproef.

 


7. EXTERIEURREGELS

 

7.1. Kwalificatie

Beide ouderdieren moeten minimaal twee keer hebben deelgenomen aan een door de KKUSH en/of FCI gereglementeerde expositie, waarvan één rasspecial van de Belgische Weimaranerclub en daar minimaal de kwalificatie Zeer Goed op elke expositie behaald hebben. Of op de selectieproef van de vereniging.

7.1.1. Bij het vorige lid geldt dat de hond minimaal 15 maanden oud moet zijn.

 

 

 

8. REGELS AFGIFTE PUPS, WELZIJN PUPS


8.1. Ontwormen en enten

De fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees paspoort. De pups dienen bij aflevering adequaat ontwormd te zijn en zij dienen voorzien te zijn van een unieke ID transponder. Dit alles conform de vigerende wetgeving ter zaken.


8.2. Aflevering pups

De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 8 weken. Tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe eigenaar moeten minimaal 7 dagen zitten.

 

 

9. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN


9.1. Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.


9.2. Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.


9.3. In bijzondere gevallen “*” kan de vereniging en haar fokadviesraad overgaan met betrekking tot het toestaan van een bepaalde combinatie, afwijken van dit VFR. Mits een terdege onderbouwde motivatie wordt voorgelegd aan de Fokadviesraad en waarbij minimaal de belangen van het ras daardoor worden gediend. De fokadviesraad bestaat uit : Voorzitter, secretaris, penningmeester, aangestelde vakbekwaam dierenarts, en minimaal één persoon van de aangestelde fokcommissie. Een besluit op basis van dit lid wordt met redenen omkleed en openlijk naar de leden van de vereniging gecommuniceerd dossier ligt ter inzage bij fokadviesraad

 

9.4. Het nestcertificaat

De vereniging reikt een verenigingsnestcertificaat uit als aan alle voorwaarden is voldaan volgens de certificeringstabel.

De vereniging behoudt zich het recht om opmerkingen te vermelden op de uitgereikte nestcertificaten m.b.t. gezondheid en welzijn van de ouderdieren.


10. INWERKINGTREDING


10.1. Dit Verenigingsfokreglement treedt in werking op 01/07/2022
Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de vereniging De Belgische Weimaranerclub op 27/02/2022.